Droom of realiteit: Judoka Jesper Smink uit Hoogland droomt van Spelen in Tokio

AMERSFOORT Twintig jaar is judoka Jesper Smink uit Hoogland, maar zijn sportieve dromen reiken al tot in de hemel. Zijn overstap van de junioren naar senioren legde hem geen windeieren. In mei pakte hij brons tijdens de Grand Prix van China. Nu droomt Smink van de Olympische Spelen van 2020 in Tokio. ,,Ik ga er vol voor, maar heb nog een lange weg te gaan.”

Door Stan Bos

Jesper Smink verontschuldigt zich. Hij was nog even snel op de fiets gesprongen om een boodschapje te doen en arriveerde daardoor één minuut na het afgesproken tijdstip bij zijn huis. Voor de 20-jarige judoka uit Hoogland is het sowieso een periode van hollen, rennen en vliegen. Eind mei won Smink in China brons tijdens de Grand Prix in de klasse tot negentig kilo. Twee dagen na terugkeer in Nederland zat hij in het vliegtuig voor een trainingskamp op het Spaanse vakantie-eiland Lanzarote en een dag na het interview vloog hij met de nationale selectie alweer naar Japan voor een nieuwe trainingsstage.

Zijn overstap van de junioren naar de senioren legt Smink bepaald geen windeieren. Twee keer brons won hij al. Nu bereidt hij zich voor op het WK in Azerbeidzjan in september. ,,Het gaat allemaal heel snel”, beaamt Smink. ,,Al dat reizen is heel intensief, maar het is ook hartstikke leuk dat je op zo veel plekken komt. Dat geeft motivatie. Dan heb je er ook iets extra’s voor over.”

Vanaf zijn vierde zit Smink al op judo. Hij kreeg het met de paplepel ingegoten door zijn opa en vader. Sportinstituut Hoogland is de plek waar hij jaren trainde. ,,Ik had nooit de behoefte om een andere sport te doen. Soms voetbal ik met vrienden op een veldje, maar verder heb ik altijd op judo gezeten.”

Mark Huizinga
Als voorbeeld heeft Smink olympisch kampioen Mark Huizinga. Of de Griek Ilias Illiadis. Henk Grol is een ander voorbeeld tegen wie Smink opkijkt. ,,Ik kende hem van televisie, nu zit ik met hem in de ploeg en liggen we op één kamer. Henk is een trainingsbeest die hard werkt. Dan word je beter. Het gaat hem alleen om winnen. Voor vragen kan ik bij hem terecht. Zeker op gebied van mentaliteit leer ik veel van hem. Hard trainen, niet zeuren. Hij heeft veel ervaring. De stap van junioren naar senioren is groot. De toernooien zijn groter, de tegenstanders tactischer en slimmer.”

Hard trainen is ook het devies van Smink, als hij de vraag krijgt wat het geheim is van een goede judoka. Succes komt immers niet aanwaaien. ,,En anders win je het ook niet van de Japanners en Koreanen. Je moet gemotiveerd blijven en hard werken. Judo is een zware sport. Vijf dagen per week begin ik ’s ochtends met kracht-, techniek- of looptraining van zo’n twee uur. ’s Avonds is er nog een judotraining van anderhalf uur. In het weekend ben ik meestal vrij. Als ik van maandag tot en met vrijdag heb getraind, ben ik daar ook wel aan toe.”

Koolhydraten
Smink moet ook voortdurend op zijn eten letten. Een Big Mac zit er voor hem niet in. Eiwitten, koolhydraten, pasta, groente, aardappelen en vlees is het recept om elk toernooi topfit aan de start te verschijnen. Zelden kan Smink de teugels echt laten vieren. Behalve na het EK van afgelopen april. ,,Daarna was ik anderhalve week vrij. We bereidden ons intensief voor op dat toernooi. Je leeft dan in een bubbel. Daarna ben je ook echt helemaal op. Tijd om met vrienden af te spreken, heb ik niet altijd. Tuurlijk zie ik ze regelmatig, maar het komt ook vaak voor dat ik moet afzeggen. Aan de andere kant: ze volgen me ook in alles wat ik doe en vinden judo leuk.”

Nu zijn carrière in een sneltreinvaart is beland, staat de volgende stip alweer aan de horizon. De Olympische Spelen van 2020 zijn in het Japanse Tokio, judoland bij uitstek. Smink wil zich dolgraag plaatsen voor ’s werelds grootste sportevenement. ,,Het leek allemaal ver weg, maar in China pakte ik brons. Dat telde meteen mee voor het kwalificatietraject. Om je te plaatsen voor de Spelen, moet je in de top-20 zitten. Daar komen nog heel veel toernooien voor. Ja, het is allemaal nog heel ver weg, maar ik zit wel in een fase waarin ik goede gasten versla. Eerst durfde ik het helemaal niet te zeggen dat ik graag naar de Spelen wil, maar nu heb ik op EK’s en WK’s gestaan. Als kind droomde ik daarvan. Het leuk me leuk, maar ook onmogelijk. Nu blijkt dat niets onmogelijk is. Het gaat goed, in China won ik van de regerend wereldkampioen. Ik ga er vol voor, maar heb nog een lange weg te gaan.”

Bescheiden
Zo overtuigend als Smink op de mat staan, zo bescheiden en ingetogen is de Hooglander als hij zijn verhaal vertelt. Eenmaal van de judomat is het beest in hem, ondanks zijn indrukwekkende voorkomen, snel getemd. Smink schiet in de lach op de vraag of hij zich kan voorstellen dat mensen zich geïntimideerd voelen als hij in de buurt komt. ,,Ik heb daar nooit bij stilgestaan en ben ook niet zo’n type dat met de borst vooruitloopt. Maar als ik op de mat sta, kan ik mijn tegenstander wel slopen. Het enige dat ik dan denk, is dat ik ga winnen. Dan doe ik er ook echt alles aan.”

Smink weet dat hij zich nog op veel punten moet verbeteren. Hij is de eerste die dat toegeeft, op weg naar de droom van Tokio. ,,Vooral qua kracht kan ik nog sterker worden. Ik weeg negentig kilo, maar de gasten tegen wie ik judo, wegen vaak 95 kilo. Daarnaast kan ik nog meer ervaring opdoen en mezelf nog allerlei slimmigheden aanleren. Als ik op deze weg doorga, dan hoop ik over twee jaar in Tokio te staan. Daar doe ik het allemaal voor.”